Hoe het allemaal begon
Koninklijke Fanfare De Toonkunst is zonder twijfel één van de oudste verenigingen van Berg te Kampenhout. Al meer dan anderhalve eeuw vormt ze een vaste noot in het dorpsleven, van processies en concerten tot toneel en traditie.
Het prille begin (1870–1903)
Volgens de archieven zag de fanfare het levenslicht op de eerste woensdag van februari 1870, in de herberg ‘In den Dromedaris’ van Francis Gellaerts. Daar werd beslist een muziekmaatschappij op te richten onder de naam De Toonkunst. De vereniging stelde zich een ambitieus doel: de inwoners van Berg beschaven, hun leven veraangenamen en mee bijdragen aan de vooruitgang van de gemeente. Muziek was toen niet zomaar ontspanning, maar een sociaal kompas, gedragen door koper, discipline en een stevige pint achteraf.
De periode-Eenhaes (1903–1938)
Van 1903 tot 1938 stond August Eenhaes aan het roer als muziekchef. Bijna 35 jaar lang drukte hij zijn stempel op de vereniging. In 1929 werd hij gehuldigd als 25 jaar muzikant-bestuurder, een erkenning voor zijn jarenlange inzet. Volgens verschillende bronnen was Eenhaes een uitzonderlijk muzikant. Hij beheerste klarinet, bugel, bariton en tuba met een vanzelfsprekendheid die bewondering afdwong. Rond zich verzamelde hij sterke muzikanten zoals Vink en Vogel. Wanneer die kern aanwezig was, klonk de fanfare zoals het hoorde: krachtig, precies en met vuur.
De Toonkunst met Ledieu, Vogel en Warke Vink
Na het overlijden van Eenhaes in 1938 werd zijn opvolger al min of meer voorbereid: Ledieu nam de leiding over het muzikale gebeuren in Berg. Ledieu was klein van gestalte, maar groot in gezag. Als strenge muziekmeester bouwde hij verder op het werk van zijn voorganger en kon hij rekenen op enkele sterke steunpilaren.
- Warke Vink gaf les aan de nieuwe leerlingen op blaasinstrumenten
- Frans Van den Dries begeleidde de houtblazers
- Willem Janssens, zoon van Corneel en echtgenoot van Julia De Cremer, gaf de eerste muzieklessen aan jonge beginners
Zo groeide de fanfare verder, generatie na generatie, noot na noot.
De Toonkunst na Ledieu
In 1950 nam Jef Van Eycken de dirigeerstok over van Ledieu. Velen herinneren zich nog zijn markante verschijning: fier rechtop, waardig stappend voor de fanfare tijdens processies met Berg-Kermis en Sacramentsdag. Met dezelfde stijl dirigeerde hij de vaak veeleisende composities die uit de periode-Eenhaes waren overgebleven. Onder zijn leiding bleef De Toonkunst een vaste waarde in het culturele leven van het dorp. Tijdens de traditionele januariconcerten volgde de avond een beproefd recept: eerst muziek, daarna toneel. Een formule die zaal en gemeenschap samenbracht.
De fanfare en haar toneelkring
Kort na de oorlog sloeg De Toonkunst een extra culturele weg in met de opvoering van operettes. In die tijd vonden de jaarlijkse concerten plaats op de eerste en tweede zondag na nieuwjaar. Na het concert ging het doek open voor een operette, begeleid door een zestal muzikanten van de fanfare zelf. Muziek en theater vloeiden in elkaar over, alsof het dorp even zijn eigen kleine schouwburg werd. Het podium rook naar grime, hout en verse partituurbladen, en de winter leek ineens een stuk korter.
